Zefánja🔗
DE PROFEET ZEFANJA.
Het Boek der Profetieën van Zefanja, den zoon van Cuschi, bevat ook weer de samenvatting van hetgeen deze Profeet in de dagen van Josia, Juda’s vromen koning, heeft geprofeteerd.
Het Boek bevat derhalve één lange voorspelling, waardoor aan het volk wordt verkondigd, de toorn Gods, vanwege de onboetvaardigheid, waarin het bleef voortleven, en vanwege zijn ongevoeligheid, voor al hetgeen de Heere aan hen had gedaan.
Want wel was koning Josia een reformatorisch koning, wel was het diens lust en leven, om den eredienst van Jehova weer te herstellen en God tot Zijn eer te doen komen, maar het hart des volks bleef ook bij uitwendig herstelling aan den afgodendienst hangen.
Het is daarom, dat de Profeet aankondigt wat geschieden zal, opdat het nog mocht zijn tot waarschuwing voor de goddelozen en tot bekering van hen, die onder den afval van God zuchtten.
Het Boek laat zich verdelen in drie delen.
Het eerste deel (Hoofdst. 1), bevat de bedreiging van het gericht Gods over de ganse aarde.
Het tweede deel (Hoofdst. 2-3:8), behelst de vermaning tot bekering tot den levenden God.
Het derde deel (Hoofdst. 3:9-20), voorspelt aan het overblijfsel, naar de verkiezing der genade, de heerlijkheid van den Messiaansen tijd.